Taal

Overzicht taalstoornissen:

Vertraagde taalontwikkeling

dsc_7215Er is sprake van een vertraagde taalontwikkeling wanneer een kind op taalgebied beduidend achterblijft bij leeftijdsgenootjes. Bij een vertraagde taalontwikkeling kunnen zich problemen voordoen in het taalbegrip, de taalvorm, de taalinhoud en/of het taalgebruik. Bij problemen in het taalbegrip heeft het kind moeite om de gesproken taal te begrijpen. Bij problemen in de taalvorm vormen de kinderen korte en ongestructureerde zinnen en hebben de kinderen moeite met correcte woordvorming ( bijvoorbeeld foutieve meervoudsvorming, werkwoordsvervoeging). Bij problemen in de taalinhoud kan er sprake zijn van een te kleine woordenschat en is het begrijpen en vertellen van verhalen moeilijk. Er wordt vaak over dezelfde vertrouwde onderwerpen gepraat. Het is lastig om buiten het hier-en-nu te vertellen en het is moeilijk om de voorkennis van de gesprekspartner in te schatten. Bij het spreken zijn vaak stopwoorden, denkpauzes of herhalingen in de zinnen hoorbaar. Tevens kan er sprake zijn van woordvindingsproblemen. Bij problemen in het taalgebruik zijn er problemen met het gebruiken van taal in gesprek met anderen en kunnen communicatievoorwaarden ( bijvoorbeeld oogcontact maken, rekening houden met de luisteraar) onvoldoende ontwikkeld zijn. Een vertraagde taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen, zoals bijvoorbeeld een algehele ontwikkelingsachterstand, gehoorsproblemen en problemen met auditieve verwerking. Daarnaast spelen sociale factoren een rol zoals bijvoorbeeld het taalaanbod thuis en kindeigen factoren. Soms wordt er door de logopedist, leerkracht of arts een algeheel ontwikkelingsonderzoek (psychologisch, logopedisch en gehooronderzoek) geadviseerd. In een onderzoeksinstituut kan dan bepaald worden of er sprake is van stoornissen die de (taal)ontwikkeling van het kind kunnen belemmeren. Het is van groot belang dat een vertraagde taalontwikkeling zo vroeg mogelijk wordt onderkend. Een kind heeft van 0 tot 6 jaar een gevoelige periode voor het leren van de taal. Wanneer het kind moeite heeft met begrijpen of zichzelf niet duidelijk kan maken, kan hij/zij een bepaald gedrag gaan vertonen. Zo kan het kind bijvoorbeeld angstig, boos of agressief worden. Ook kan een vertraagde taalontwikkeling negatieve gevolgen hebben voor het leren lezen en het begrijpend lezen.

 

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt de taalontwikkeling van het kind zorgvuldig. Het is belangrijk zo veel mogelijk informatie te verzamelen, zodat er zo gericht mogelijk aan de taalontwikkeling kan worden gewerkt. De taalonderzoeken worden veelal afgenomen met gestandaardiseerde testen en/of het uitschrijven van een taalstaal. Met deze testen wordt het talige niveau van een kind in vergelijking met zijn leeftijdsgenootjes bepaald. Er kan onderzoek verricht worden naar het taalbegrip, de taalproductie (woorden en zinnen), communicatievaardigheden en auditieve vaardigheden. Naar aanleiding van de uitslagen van de taalonderzoeken wordt een therapieplan opgesteld met de ouders. Er bestaan diverse therapievormen, waaronder de indirecte en de directe therapie. Bij de indirecte therapie worden de ouders door de logopedist geïnformeerd en geïnstrueerd hoe zij de taalontwikkeling zo goed mogelijk kunnen stimuleren. De ouders leren hoe ze in allerlei dagelijkse situaties extra aandacht aan de taal van het kind kunnen besteden. Het kind krijgt op deze manier veel mogelijkheden om taal te koppelen aan ervaringen. Bij de directe therapie werkt de logopedist met het kind waarbij de logopedist werkt aan de opgestelde behandeldoelen.

Afasie

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een letsel in de linker hersenhelft. Dit kan ontstaan door een beroerte ( herseninfarct of hersenbloeding), trauma of een tumor. Een persoon met afasie kan moeite hebben met het begrijpen en/of uiten van taal. Mensen met afasie hebben niet alleen moeite met begrijpen of uiten van gesproken taal, ook het (begrijpend) lezen, schrijven, herkennen van plaatjes dan wel gezichten kan gestoord zijn. Het komt zelden voor dat iemand enkel taalproblemen heeft.

Voorbeelden van bijkomende problemen zijn:

  • Halfzijdige verlamming
  • Uitval van een gezichtsveld
  • Problemen met eten, drinken en slikken
  • Problemen met plannen, uitvoeren en controle van activiteiten
  • Geheugenproblemen
  • Karakterveranderingen
  • Epilepsie

 

Wat doet de logopedist?

Door middel van observatie en onderzoek wordt een indruk gekregen van het taalbegrip en taalproductie, zowel van de gesproken als geschreven taal en het herkennen van plaatjes. In therapie wordt in eerste instantie uitgegaan van de resterende communicatiemogelijkheden die de persoon nog heeft. Die worden benut en verder uitgebouwd. Regelmatig worden aan patiënten met afasie ondersteunende communicatiemiddelen aangeboden en getraind als de mondelinge/schriftelijke communicatie ontoereikend is. Indien de patiënt eet- en drinkproblemen heeft worden die ook verder begeleid ( zie eet- en drinkproblemen bij volwassenen)

Voorlichting en begeleiding van familie maakt een vast onderdeel uit van de therapie.

Links:

Communicatieproblemen bij letsel in rechter hersenhelft

Door een beroerte ( herseninfarct of hersenbloeding), trauma of hersentumor in de rechter hersenhelft kan de patiënt communicatieve problemen hebben. Doordat die in de beginfase minder opvallend zijn dan bij een letsel in de linker hersenhelft worden deze communicatieve problemen vaak over het hoofd gezien.

Mogelijke stoornissen:

  1. Stoornissen in het begrijpen: de persoon kan teveel informatie niet goed verwerken. Het interpreteren van de figuurlijke betekenis van boodschappen lukt niet goed. De persoon kan een gesprek niet goed handhaven
  2. Stoornissen in het spreken: we zien dat de persoon weinig oogcontact maakt, de gesprekspartner steeds onderbreekt, ongepaste grapjes maakt, monotoon kan spreken en steeds van de hak op de tak springt.
  3. Bij het lezen en schrijven merken we tevens dat teveel informatie niet goed verwerkt kan worden en dat de verhaallijn niet begrepen wordt. regelmatig merken we dat de persoon het eerste deel van een woord, regel of zelfs een linker bladzijde over het hoofd ziet. Bij het schrijven worden letters herhaald of over elkaar geschreven.

Belangrijk aandachtspunt is dat de persoon zich niet altijd bewust is van bovengenoemde problemen!

 

Wat doet de logopedist?

  • Informatie en tips geven aan cliënten en familie
  • Cliënten en familie begeleiden
  • Specifieke oefeningen geven

Taal- en spraakstoornissen bij dementie

Dementie wordt veroorzaakt door een stoornis in de hersenen. Een veelvoorkomende oorzaak is de ziekte van Alzheimer. Kenmerkend voor dementie is de geheugenstoornis. Daarnaast treden er andere stoornissen op, afhankelijk van de oorzaak van de dementie.

Taal- en/of spraakstoornissen kunnen bij alle vormen van dementie voorkomen. Bij een taalstoornis kan iemand zijn gedachten en/of ideeën niet meer omzetten in woorden, zinnen en een verhaal; er kunnen problemen zijn met het begrijpen van gesproken en geschreven taal. Een spraakstoornis betreft alleen de spraak: woorden en zinnen worden niet goed of niet duidelijk uitgesproken.

Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er taalproblemen: de patiënt krijgt steeds meer moeite om duidelijk te maken wat hij bedoelt en om anderen te begrijpen. Naast de ziekte van Alzheimer kennen we de progressieve semantische dementie. Bij deze vorm van dementie zijn taalproblemen de eerste signalen.

 

Wat doet de logopedist?

De logopedist neemt een taal- en spraakonderzoek af en observeert de non-verbale communicatie . Behandeling is er op gericht om de communicatie tussen patiënt en omgeving zo goed mogelijk te laten verlopen. Het merendeel van de verzorgers en partners geeft aan al vanaf het begin van de ziekte problemen te ondervinden in gesprek met de dementerende cliënt. Indien mogelijk traint de logopedist de patiënt in het gebruik van een agenda of bijvoorbeeld een communicatieboek. Samenwerking met de partner en de omgeving is erg belangrijk.

Links:

Logopedie en meertaligheid

Alleen een meertalig kind, dat een taalstoornis heeft, komt in aanmerking voor logopedie. Dat wil zeggen dat logopedie enkel vergoed wordt door de zorgverzekeraar als het kind in de moedertaal en in het Nederlands een taalstoornis heeft.

de logopedisten van de Kwaliteitskring in Zeeuws Vlaanderen hebben een folder ontwikkeld voor ouders en leerkrachten met tips om de taalontwikkeling te stimuleren en tips op welk moment verwijzing naar logopedie gewenst is.

folder meertaligheid febr 2015 b

voor informatie over de taalontwikkeling bij een meertalig kind verwijzen we graag naar de folder “meertaligheid en de taalontwikkeling van kinderen” van de NVLF.

http://www.logopedie.nl/bestanden/nvlf/webwinkel/Artikelen/folder_meertaligheid_2009_website.pdf

Graag verwijzen we ook naar volgende websites

www.meertalig.nl

www. meertaligheid.be

www.meertalen.nl
Terug naar boven